Voetbal
Maradona's 'Hand of God'-bal verkocht voor meer dan €2,8 miljoen op veiling
De iconische voetbal gebruikt door Diego Maradona voor zijn controversiële 'Hand of God'-doelpunt in 1986 heeft een hoge prijs opgebracht op een veiling in de Verenigde Staten.

De voetbal die door Diego Maradona werd gebruikt, beroemd geworden door het 'Hand of God'-doelpunt, werd zaterdagavond in de Verenigde Staten geveild voor ongeveer €2,8 miljoen ($3.355.000). Deze verkoop markeert een belangrijk moment op de snijvlakken van sportmemorabilia en historische gebeurtenissen.
De bal werd heroverd door de Tunesische scheidsrechter Ali Bin Nasser tijdens de kwartfinale van het Wereldkampioenschap voetbal 1986, waar Argentinië het opnam tegen Engeland. Maradona's controversiële doelpunt is een bepalend moment in de voetbalgeschiedenis gebleven.
Tijdens dezelfde veiling werden ook memorabilia van andere sportlegendes verkocht. Opmerkelijk was een gewaad van bokser Muhammad Ali, gedragen tijdens zijn overwinning op Joe Frazier in 1975, dat voor $549.000 (ongeveer €470.000) werd verkocht.

De verkoop van de bal is een voorbeeld van hoe sportartefacten aanzienlijke marktwaarde kunnen hebben, wat zowel hun betekenis in de sportgeschiedenis weerspiegelt als de blijvende fascinatie rondom iconische gebeurtenissen en figuren.
Verslagen van verschillende bronnen bevestigen de veilingprijs van de bal, met een unanieme erkenning van de historische context en het evenement dat hij vertegenwoordigt. De verkoop heeft aanzienlijke aandacht getrokken van zowel voetbalfans als liefhebbers van sportmemorabilia.
Maradona's 'Hand of God'-doelpunt, gescoord in 1986, wordt gevierd, maar is ook omstreden, en draagt bij aan discussies over sportiviteit en historische sportmomenten, waardoor het zijn erfenis in de voetbalwereld verder verstevigt. De uitkomst van de veiling onderstreept de blijvende aantrekkingskracht van sportmemorabilia.